Eenmanszaak, bv, payrolling: welke juridische structuur neemt je praktijkje aan?

Contenu inspirant pour indépendants et petites entreprises

Thuis_ondernemen.jpg

Je freelancepraktijk moet je altijd op een bepaalde manier een juridische vorm geven. Welke is de beste voor de activiteit die je nastreeft? De mogelijkheden op een rijtje. Van eenmanszaak en bv tot CommV en payrolling.

1. Eenmanszaak

De meeste freelancers beginnen hun activiteiten met een eenmanszaak, die ze eventueel hebben uitgebouwd van een activiteit in bijberoep naar een in hoofdberoep. Het is de snelste en gemakkelijkste manier om van start te gaan: geen oprichtingskosten, geen minimumkapitaal, geen formele beslissingsstructuur die op poten hoeft te worden gezet.


Een nadeel is dat je volledig hoofdelijk aansprakelijk bent wanneer de zaak op de fles zou gaan, en na een eventueel faillissement dus je privékapitaal zou kunnen worden aangesproken om schulden terug te betalen. “Een éénmanszaak is steeds onbeperkt en hoofdaansprakelijk om de professionele schulden aan te zuiveren”, erkent Vincent De Backer, die als boekhouder voor diverse freelancers werkt.

Maar dat is voor de meeste freelancers niet écht iets wat meespeelt: meestal freelancen we in iets waarin we goed zijn. Bovendien zet je een eenmanszaak gewoon stop wanneer de markt je niet goedgezind zou blijken

2. BV

Een bv of besloten vennootschap (de vroegere besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) is een vennootschapsvorm die je aanneemt wanneer je een freelanceactiviteit wilt uitoefenen die een zekere schaal heeft en vaak ook als er een bepaald risico vasthangt. Als eigenaar van een bv word je in de regel niet (persoonlijk) aansprakelijk gesteld wanneer het mis zou gaan. “Let wel op met de oprichtersaansprakelijkheid de éérste jaren vlak na de oprichting van je BV”, vult De Backer aan.


Een minimum startkapitaal is niet nodig. De kapitaalvereiste stem je af op wat je onderneming werkelijk nodig heeft om te starten. Net daarom is het financieel plan belangrijker geworden. Met dat plan bewijs je de leefbaarheid van je bv tijdens de eerste twee jaar. Gaat je vennootschap binnen de drie jaar failliet? Weet dan dat je financieel plan als toetssteen gebruikt wordt. Zoals Vincent De Backer al aangaf: blijkt uit je plan dat je aanvangsvermogen onvoldoende was om de eerste twee jaar te overbruggen, dan ben je (dus wel) persoonlijk aansprakelijk als bestuurder.

Ook zijn er meer administratieve verplichtingen dan bij een eenmanszaak: je moet bijvoorbeeld een jaarrekening neerleggen. “Het grote verschil tussen éénmanszaak en een bv is voornamelijk enkelvoudig boekhouden versus dubbel boekhouden”, oppert hij, “dat betekent dat de bankuittreksels ook geboekt moeten worden, en dat er tweemaal zoveel werk is aan je boekhouding.”

Is voor een freelancer een bv interessant?

Stel je bent freelancer en je hebt geen personeel en je doet kleine werkjes, dan heb je niet zoveel baat bij een bv, ongeacht je omzet, vindt De Backer. “Wij raden een bv meestal aan als men ofwel op korte termijn personeel gaat aanwerven. Ofwel als men actief wordt in een ‘aansprakelijkheidsgevaarlijke sector’, zoals de bouwsector of een ingenieursbureau dat bijvoorbeeld plannen moet tekenen waar miljoenen euro’s aan bouwkosten inzitten”, klinkt het.


Ook als het een conjunctuurgevoelige sector blijkt, is een bv volgens hem aangeraden. “Denk aan starten van een interim kantoor. Of aan een sector die het gewoon in het algemeen moeilijk heeft, zoals retailverkoop van kleding in een winkel of horeca. Want zij moeten vaak maandelijks hoge huurkosten betalen.”

LEES OOK:

3. Payrolling

Er is ook een optie voor wie weinig zin heeft om zelfstandige te worden. Als freelancer kun je een beroep doen op een zogeheten payrolling-aanbieder: een tussenpersoon, zoals een vzw of een interimkantoor, die je als werknemer aanneemt voor de duurtijd van een bepaald project. Je krijgt dus gewoon een loon: aan alle andere verplichtingen, zoals het sturen van facturen of het betalen van sociale bijdragen, wordt handig boven je hoofd voldaan.

Payrolling is niet zo handig voor freelancers die voor verscheidene klanten tegelijkertijd werken, maar voor wie langere projecten na elkaar aanneemt, is het een mogelijke oplossing. Het grote nadeel is dat je natuurlijk een percentage van de omzet die je realiseert moet afdragen aan de payrollingpartner. Die moet ook, zoals iedere andere werkgever, een werkgeversbijdrage betalen aan de sociale zekerheid, en die gaat natuurlijk ook van je bruto-inkomsten af.

4. NV

De BV is niet de enige vennootschapsvorm waarin freelancers hun activiteiten kunnen gieten. Wanneer je met meerdere freelancers samen een bedrijvigheid opstart, kun je bijvoorbeeld een naamloze vennootschap overwegen.

Al raadt De Backer dat niet echt aan. “Een nv is eigenlijk geen interessante vennootschapsvorm voor freelancers door de hoge kapitaalvereiste, die voor deze vorm nog wel bestaat.” De nv wordt vandaag, volgens De Backer, vooral gebruikt in groepsstructuren van vennootschappen en voor beursgenoteerde vennootschappen. “In praktijk zien we een freelancer nooit een nv oprichten.”, vindt hij. “Als je met meerdere freelancers wil samenwerken in één vennootschap dan is de bv aangeraden”, vindt hij.

5. VZW of VOF

Er zijn ook freelancers die een vzw, een vereniging zonder winstoogmerk oprichten, en zichzelf van daaruit betalen als werknemer. Of ze starten een vereniging onder firma (vof) op, waarin je met een minimum aan rompslomp (geen oprichtingskosten, zelfs geen notariële akte nodig) meerdere vennoten tegelijk in dezelfde onderneming kunt brengen. Maar je bent wel onbeperkt aansprakelijk wanneer je vof schulden maakt.

6. Commanditaire vennootschap  (comm.v)

Wanneer je met een stille vennoot werkt, die alleen startkapitaal voor je heeft geïnjecteerd en voorts geen actieve rol mag spelen binnen de vennootschap, kan ook een commanditaire vennootschap (comm.v.) interessant zijn. Hier is geen notariële akte of jaarrekening voor nodig. Je bepaalt zelf het minimumkapitaal, maar als beherend vennoot ben je ook hier wel hoofdelijk aansprakelijk.  

“Bij ons richten 90 procent van de freelancers zo’n comm.v op en slechts 10 procent richt een bv op. We voorzien een startkapitaal van 1000 euro , de freelancer en dus de beherende vennoot stort 999 euro , de stille vennoot legt 1 euro bij”, legt De Backer uit. Voordelen van deze vennootschapsvorm liggen volgens hem voor de hand: snel opgericht, de helft goedkoper in oprichting dan een bv, geen notaris nodig en ook geen financieel plan nodig.


“Deze vorm heeft ook een 100 procent confidentieel karakter omdat de jaarrekening niet moet neergelegd worden. En bij een latere vereffening van de vennootschap is deze tot vier keer goedkoper dan een BV”, vult hij aan. “In veel gevallen is zo’n commanditaire vennootschap bijgevolg de ideale vennootschapsvorm voor een freelancer”, besluit hij.